Leren, ontwikkelen en verbinden

Juiste zorg op de juiste plek: de Zelfredzaamheidsladder

Foto van Geschreven door Riana

Geschreven door Riana

Deel deze post:

Indiceren is zoveel meer dan een administratieve handeling. Het is kijken, luisteren, doorvragen en klinisch redeneren. Niet om achteraf alleen te verantwoorden wat je hebt gedaan, maar om vooraf de juiste keuzes te maken. Welke zorg is nodig? Waarom is die zorg nodig? En is professionele zorginzet binnen de wijkverpleging ook echt de meest passende oplossing?

Als zorgverleners zijn we niet in de zorg gaan werken omdat we daar bakken met geld mee verdienen. We doen dit omdat we een zorghart hebben. We willen helpen, ondersteunen en zorgen dat iemand zo goed mogelijk verder kan.

Maar juist daarom is het belangrijk om soms even op de rem te trappen. Want een zorghart zit niet altijd in het overnemen van zorg. Soms zit het juist in kijken wat iemand nog zelf kan, welke hulpmiddelen kunnen helpen, wie uit het netwerk kan ondersteunen en welke zorg uiteindelijk écht nodig is.

De Zelfredzaamheidsladder helpt om die afweging stap voor stap te maken. Niet om zorg te voorkomen, maar om te zorgen dat professionele zorginzet binnen de wijkverpleging terechtkomt waar die nodig is: op de juiste plek.

Stap 1: Wat is mijn zorgvraag?

Beschrijf de zorgvraag of zorgbehoefte van de cliënt. Niet iedere zorgvraag komt rechtstreeks van de cliënt zelf. Soms komt de vraag vanuit familie, buren, mantelzorgers of andere zorgverleners. Dan is het belangrijk om te onderzoeken wat de cliënt zelf ervaart en wil.

Leg vast:

  • Wat ervaart de cliënt als probleem?
  • Waar loopt de cliënt tegenaan?
  • Welke ondersteuning wordt gevraagd?
  • Welke risico’s ontstaan als ondersteuning uitblijft?
  • Wat wil de cliënt zelf?

Als de cliënt de situatie niet als probleem ervaart, ontstaat een andere afweging. Is er sprake van medische noodzaak? Bestaat er gevaar voor de gezondheid? En hoe verhoudt dit zich tot eigen regie?

Lees hierover ook het artikel: Zorgmijding of eigen regie?

Stap 2: Waarom lukt het mij niet?

Hier begint het klinisch redeneren.

Beschrijf:

  • Welke beperkingen aanwezig zijn.
  • Welke belemmeringen een rol spelen.
  • Welke factoren verklaren waarom de cliënt deze zorg niet zelfstandig kan uitvoeren.

Kijk verder dan alleen de medische diagnose.

  • Niet: “Dhr. heeft Parkinson en kan hierdoor niet douchen.”
  • Maar bijvoorbeeld: “Dhr. heeft ernstige tremoren, verminderde fijne motoriek, kan niet bukken en ervaart stijve ledematen tgv van Parkinson waardoor het douchen niet zelfstandig meer lukt,.”

De medische diagnose kan helpen om die situatie te begrijpen, maar verklaart niet automatisch waarom professionele zorginzet binnen de wijkverpleging nodig is.

| Lees hierover ook het artikel: Van medische diagnose naar verpleegkundige onderbouwing.

Stap 3: Wat kan ik zelf?

Leg niet alleen vast wat niet lukt, maar ook wat de cliënt nog wél kan.

Beschrijf:

  • Welke handelingen de cliënt zelfstandig uitvoert.
  • Welke onderdelen van een handeling nog wel lukken.
  • Welke vaardigheden behouden zijn.
  • Welke mogelijkheden nog benut kunnen worden.

Bijvoorbeeld: “Cliënt kan zelfstandig de bovenkleding aantrekken, maar heeft hulp nodig bij sokken en schoenen vanwege beperkte mobiliteit van heupen en knieën.”

Door ook vast te leggen wat nog wel lukt, ontstaat een realistischer beeld van de zelfredzaamheid.

Stap 4: Hulpmiddelen en technologie

Onderzoek welke hulpmiddelen of technologische oplossingen kunnen bijdragen aan zelfredzaamheid.

Beschrijf:

  • Welke hulpmiddelen zijn ingezet.
  • Welke hulpmiddelen zijn overwogen.
  • Wat het effect hiervan was.
  • Waarom een hulpmiddel wel of niet passend is.

Voorbeelden:

  • Oogdruppelhulpmiddel;
  • Medicijndispenser;
  • Kousenaantrekhulpmiddel;
  • Personenalarmering;
  • Tessa;
  • Sensara;
  • Andere zorgtechnologie.

Wanneer een hulpmiddel niet passend blijkt, leg dit dan ook vast.

Bijvoorbeeld: “Cliënt heeft een oogdruppelhulpmiddel geprobeerd. Ondanks instructie en meerdere oefenmomenten lukt zelfstandig gebruik niet vanwege ernstige tremoren.”

Een hulpmiddel afwijzen is geen verkeerde uitkomst, mits duidelijk wordt vastgelegd waarom het niet passend is.

Stap 5: Mijn netwerk

Onderzoek welke ondersteuning aanwezig is vanuit mantelzorg of het sociale netwerk. Een eenvoudige vraag die vaak veel informatie oplevert is: Wie komen er op uw verjaardag? Deze vraag geeft vaak inzicht in het netwerk van een cliënt.

Beschrijf:

  • Wie betrokken zijn.
  • Welke ondersteuning zij al bieden.
  • Welke ondersteuning zij eventueel kunnen bieden.
  • Waarom bepaalde ondersteuning niet mogelijk is.

Bijvoorbeeld: “Partner ondersteunt bij maaltijdbereiding en medicatie. Douchen kan niet worden overgenomen vanwege eigen gezondheidsproblemen.”

Ook hier geldt: wanneer iets niet mogelijk is, leg dan vast waarom.

Stap 6: Professionele zorginzet binnen de wijkverpleging

Pas wanneer de voorgaande stappen zijn doorlopen, wordt bepaald welke professionele zorginzet binnen de wijkverpleging noodzakelijk blijft. Dit leg je vast in het zorgplan.

Onderbouw in de anamnese/aanleiding:

  • Welke zorg nodig is.
  • Waarom deze zorg niet op een andere manier georganiseerd kan worden.
  • Waarom professionele zorginzet binnen de wijkverpleging noodzakelijk is.

Betrokken disciplines

Wanneer andere disciplines betrokken zijn, beschrijf dit zo concreet mogelijk in de anamnese of aanleiding.

Bij een ergotherapeut:

  • Naam organisatie.
  • Aanleiding van verwijzing.
  • Wat is onderzocht?
  • Welke hulpmiddelen of adviezen zijn ingezet?
  • Wat waren de resultaten?

Bij een fysiotherapeut:

  • Naam organisatie.
  • Behandeldoelen.
  • Verwachte resultaten.
  • Huidige voortgang.

Voorbeeld: “Ergotherapeut van praktijk X heeft de zelfredzaamheid bij het aantrekken van steunkousen beoordeeld. Een kousen aantrekhulpmiddel en aangepaste zithouding zijn geprobeerd. Ondanks meerdere oefenmomenten lukt zelfstandig gebruik niet vanwege onvoldoende handfunctie en verstoorde fijne motoriek.”

Soms is ‘niet mogelijk’ ook een conclusie

De Zelfredzaamheidsladder is geen zoektocht naar oplossingen tegen elke prijs. Soms blijkt na zorgvuldig onderzoek dat:

  • Een hulpmiddel niet passend is;
  • Mantelzorg overbelast raakt;
  • Behandeling onvoldoende resultaat oplevert;
  • Herstel niet meer verwacht wordt.

Ook dat zijn waardevolle conclusies. Het doel van de Zelfredzaamheidsladder is niet om professionele zorg koste wat kost te voorkomen, maar om navolgbaar te onderbouwen waarom bepaalde zorg uiteindelijk noodzakelijk is.

Zo ontstaat de juiste zorg op de juiste plek.

  Deze training is vol! Zet jezelf met je e-mailadres op de wachtlijst en we mailen je zodra er weer een plek vrij is.

Deze website maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken cookies om inhoud te personaliseren, functies voor sociale media aan te bieden en ons websiteverkeer te analyseren. Je kunt je voorkeuren op elk moment wijzigen.