Leren, ontwikkelen en verbinden

5 veelgemaakte fouten bij indiceren (en hoe je ze voorkomt)

Indiceren in de zorg
Foto van Geschreven door Riana

Geschreven door Riana

Deel deze post:

Een goede indicatie is navolgbaar, doelmatig en verpleegkundig onderbouwd. Toch komen in de praktijk regelmatig aandachtspunten voor die de kwaliteit van een indicatie kunnen beïnvloeden.

Hieronder staan vijf veelvoorkomende valkuilen en tips om deze te voorkomen.

1. Less is more: veel tekst, maar weinig kern

Een indicatie kan veel informatie bevatten, maar daardoor kan de kern juist minder duidelijk worden. Herhaling, uitgebreide voorgeschiedenis en lange beschrijvingen maken een indicatie niet automatisch sterker.

De basisvraag blijft: waarom kan de cliënt deze zorgvraag niet zelf uitvoeren, wat kan de cliënt nog wél en waarom is professionele zorg nodig?

Een sterke indicatie laat zien wat relevant is voor de zorgvraag en de onderbouwing. Niet alles hoeft erin; vooral de verpleegkundige kern moet helder zijn.

Tip: Schrijf bondig, vermijd herhaling en beschrijf vooral informatie die relevant is voor de zorgvraag, de zelfredzaamheid en de noodzaak van professionele zorg.

2. Niet doelmatig indiceren: de juiste zorg op de juiste plek

Een zorgvraag betekent niet automatisch dat wijkverpleging de juiste oplossing is. Bij indiceren hoort ook de afweging of de gevraagde ondersteuning daadwerkelijk valt onder verpleging en verzorging. Er wordt soms onvoldoende gekeken naar de onderliggende oorzaak van de zorgvraag. Is sprake van een somatische of psychogeriatrische grondslag? Of ligt de hulpvraag vooral op het gebied van begeleiding, toezicht of aansturing?

Daarnaast wordt soms onvoldoende vooruitgekeken. Terwijl bepaalde ontwikkelingen voorspelbaar zijn, wordt pas gehandeld wanneer een situatie escaleert. Denk bijvoorbeeld aan cliënten waarbij al langere tijd signalen aanwezig zijn dat een Wlz-indicatie in de toekomst noodzakelijk kan worden. Door deze signalen tijdig te bespreken en vast te leggen, kunnen cliënten en naasten beter worden voorbereid op toekomstige keuzes.

Ook hulpmiddelen, zorgtechnologie, mantelzorg en voorliggende voorzieningen verdienen aandacht voordat professionele zorg wordt uitgebreid.

Tip: Onderbouw niet alleen waarom zorg nodig is, maar ook waarom wijkverpleging op dat moment de juiste zorg op de juiste plek is én welke toekomstige ontwikkelingen zijn meegenomen in de afweging.

3. De verpleegkundige onderbouwing ontbreekt

Soms staat er vooral wát er gebeurt, maar onvoldoende waarom verpleegkundige zorg noodzakelijk is. De onderbouwing blijft dan hangen op medische diagnoses of ziektebeelden. Een medische diagnose alleen is echter geen verpleegkundige indicatie.

De kernvraag is: wat is het verpleegkundig probleem en waardoor ontstaat de zorgvraag?

Welke beperkingen ervaart de cliënt? Welke signalen en symptomen zijn zichtbaar? Welke risico’s ontstaan hierdoor? Waarom lukt het de cliënt niet om deze zorgvraag zelfstandig uit te voeren? Juist hier komt klinisch redeneren om de hoek kijken. Niet de medische diagnose staat centraal, maar de gevolgen daarvan voor het dagelijks functioneren van de cliënt.

Tip: Beschrijf niet alleen de aandoening, maar vooral het verpleegkundig probleem, de onderliggende oorzaak, de risico’s en de gevolgen voor het functioneren.

4. Doelen zijn niet SMART geformuleerd

Doelen worden regelmatig beschreven als acties van de zorgverlener. Bijvoorbeeld: “mw. krijgt dagelijks haar medicatie.” Dat is geen doel, maar een interventie.

Een doel beschrijft het gewenste resultaat voor de cliënt. Wat moet er veranderen, verbeteren, behouden blijven of worden voorkomen? Daarnaast zijn doelen vaak onvoldoende specifiek of meetbaar, waardoor evaluatie lastig wordt.

Tip: Formuleer doelen zo concreet mogelijk en richt deze op het resultaat voor de cliënt. Vraag jezelf af: waaraan zie je straks dat het doel is bereikt?

5. Blijven pappen en nathouden

Misschien wel de meest voorkomende valkuil. Zorg wordt soms voortgezet zonder zichtbaar te maken dat kritisch is gekeken naar zelfredzaamheid, herstelmogelijkheden, hulpmiddelen, zorgtechnologie of inzet van het netwerk.

Het normenkader vraagt juist om te onderbouwen dat deze stappen zijn onderzocht. Daarbij kan gedacht worden aan de omgekeerde piramide of het doorlopen van het vijfstappenmodel. Niet alleen de uitkomst is belangrijk, maar ook het proces ernaartoe.

  • Is onderzocht wat de cliënt zelf kan?
  • Is het netwerk betrokken?
  • Zijn hulpmiddelen of technologie besproken?
  • Waarom zijn bepaalde oplossingen wel of niet passend?

Een indicatie wordt sterker wanneer zichtbaar is dat deze afwegingen daadwerkelijk zijn gemaakt.

Tip: Beschrijf niet alleen welke zorg nodig is, maar laat ook zien welke mogelijkheden zijn onderzocht en waarom professionele zorg uiteindelijk noodzakelijk blijft.

Tot slot

Indiceren is meer dan het bepalen van tijd. Het vraagt om klinisch redeneren, verpleegkundige onderbouwing, aandacht voor zelfredzaamheid en passende zorg op de juiste plek. Door deze valkuilen te herkennen and te voorkomen, wordt een indicatie niet alleen sterker en beter navolgbaar, maar sluit deze ook beter aan bij de uitgangspunten van passende zorg en het normenkader binnen de wijkverpleging.

  Deze training is vol! Zet jezelf met je e-mailadres op de wachtlijst en we mailen je zodra er weer een plek vrij is.

Deze website maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken cookies om inhoud te personaliseren, functies voor sociale media aan te bieden en ons websiteverkeer te analyseren. Je kunt je voorkeuren op elk moment wijzigen.